Omhoog met die lat!

Gerard Besten · 28 april 2021 · leestijd 3 minuten

Een systeem dat kreunt en steunt

De Jeugdzorg etaleert zich sinds de invoering van de transitie als een dichtgeslibd voertuig dat de weg kwijt is. De branchevereniging, Jeugdzorg Nederland, lobbyt voor de belangen van wat zij de “systeemaanbieders” noemt; grotere organisaties die vaak al langer bestaan en een breed scala aan expertise en 24/7 (crisis)hulp in huis hebben. Er moet fors geld bij, is de boodschap, anders gaat het geheid mis.

 

Eén van de eerste lessen die ik heb geleerd over de Jeugdzorg is dat een organisatie de neiging heeft, zich te gaan gedragen als de doelgroep. Steekwoorden daarvoor zijn: afhoudend, ontwijkend, moeilijk grijpbaar en, niet onbelangrijk, vol met secundair trauma.

 

De vraag rijst dan of je moet blijven investeren in een systeem dat kreunt en steunt; dat de weg kwijt is en aantoonbaar lijdt. Ik bepleit geen stelselwijziging, verre van dat. Dat de Jeugdzorg lokaal georganiseerd is, met bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor gemeenten is goed.

Ik bepleit wel een andere invulling, met andere verhoudingen. Een ander paradigma, zo U wilt.

 

Het overgrote deel van de Jeugdzorg betreft kinderen, jongeren en gezinnen, die gekenmerkt worden door trauma. Er is te veel gebeurd in de levens van betrokkenen. Hun leven is ontregeld, het perspectief weg en de stand staat te lang op overleven. Dat maakt dat de Jeugdzorg als eerste een sociaal domein is.

 

Verbinding

Jarenlang was “behandeling” het heersende paradigma. Eigenlijk een misleidend paradigma, omdat we daarmee wegkeken van de werkelijke vraagstelling van kinderen en gezinnen. “Behandelen” impliceert dat er iets of iemand te behandelen valt; dat er onderscheid is tussen mij als behandelaar en jij als de te behandelen persoon. Onderscheid maken als basis van Jeugdzorg. Als ik één ding heb geleerd in 45 jaar werken in de Jeugdzorg is dat deze kinderen, jongeren en gezinnen ergens bij willen horen. Gezien en gehoord worden, en beleven dat je er mag zijn.

 

De onderliggende dynamiek is bepalend. Word ik gezien? Hoor ik erbij? In plaats van lobbyen voor de systeemaanbieders vind ik dat de jeugdzorgwerkers op het schild gehesen moeten worden. Zij kunnen bewerkstelligen dat kinderen en gezinnen weer beleven dat ze erbij horen. Door met hen op te trekken; er te zijn en te geloven in de mogelijkheden van deze kinderen en gezinnen.

 

Nogmaals: jeugdzorg is als eerste een sociaal domein. En in dat sociale domein moet de lat omhoog. Niet tevreden zijn met de manier waarop het nu gaat. We moeten actiever worden in het leven van deze kinderen en gezinnen. Vakmanschap tonen, ervaringen met hen opdoen, ervan leren en gezamenlijke waarden ontwikkelen en uitdragen.

 

Organisaties dragen het systeem van de Jeugdzorg niet, maar de individuele verbinding van de Jeugdzorgwerker met de kinderen en gezinnen. De Jeugdzorgwerker is de systeemdrager en legt de eigen lat hoog.